Gevolgen voor de betalingen

Naar aanleiding van de zesde staatshervorming is de kinderbijslag geregionaliseerd...

De toelichtingen in ons thematisch onderdeel zijn sinds 1 januari 2019 niet meer up-to-date.

Als de kinderbijslag die aan de werkelijke bijslagtrekkende betaald had moeten worden gelijk is aan de kinderbijslag die aan de schijnbare bijslagtrekkende betaald is, wordt niet geregulariseerd. De echte en de schijnbare bijslagtrekkende worden op de hoogte gebracht van de situatie en worden gevraagd om een minnelijke regeling te treffen.

Als de wijziging van bijslagtrekkende een impact op de kinderbijslagrangen en/of -schaal heeft, moet een gedeeltelijke regularisatie worden uitgevoerd:

  • als de kinderbijslag die betaald had moeten worden aan de echte bijslagtrekkende hoger is dan de aan de schijnbare bijslagtrekkende betaalde kinderbijslag, wordt het verschil aan de echte bijslagtrekkende betaald;

Voorbeeld

Een schijnbare bijslagtrekkende heeft voor een kind kinderbijslag in de eerste rang tegen de verhoogde schaal voor langdurig werklozen gekregen (133,57 EUR).
De echte bijslagtrekkende had voor dat kind recht op een tweede rang tegen de gewone schaal (163,77 EUR).
Alleen het verschil (30,20 EUR) moet aan de echte bijslagtrekkende worden betaald aangezien de betaling van 133,57 EUR aan de schijnbare bijslagtrekkende bevrijdend is voor de kinderbijslaginstelling.

De kinderbijslaginstelling wordt vrijgesteld van haar verplichting om te betalen: de betaling wordt beschouwd als geldig.
  • als de kinderbijslag die betaald had moeten worden aan de echte bijslagtrekkende lager is dan de aan de schijnbare bijslagtrekkende betaalde kinderbijslag, moet het verschil van de schijnbare bijslagtrekkende worden teruggevorderd.

Voorbeeld

Een schijnbare bijslagtrekkende heeft voor een kind kinderbijslag in de eerste rang tegen de verhoogde schaal voor invaliden gekregen (185,45 EUR).
De echte bijslagtrekkende had voor dat kind recht op een tweede rang tegen de gewone schaal (163,77 EUR).
Enkel het verschil (21,68 EUR) moet teruggevorderd worden van de schijnbare bijslagtrekkende terwijl hij de 133,57 EUR, die bevrijdend is voor de kinderbijslaginstelling, mag behouden.

Het aan de schijnbare bijslagtrekkende betaalde bedrag en het bedrag dat aan de echte bijslagtrekkende betaald had moet worden wordt kind per kind vergeleken.

Voorbeeld

De heer A en mevrouw B zijn gescheiden en hebben vier kinderen. De heer A brengt het eerste (geboren in juni 1994) en het derde kind (geboren in september 2000) groot.
Mevrouw B brengt het tweede (geboren in juli 1998) en het vierde kind (geboren in oktober 2004) groot.
De heer A ontvangt kinderbijslag tegen de verhoogde schaal voor langdurig werklozen. Mevrouw B ontvangt kinderbijslag tegen de verhoogde schaal voor invaliden.
De kinderbijslaginstelling komt te laat te weten dat vanaf april 2012 het oudste kind bij mevrouw B en het jongste kind bij de heer A worden grootgebracht.

Voor april 2012 moeten regularisaties voor rang en schaal worden doorgevoerd:

Rechtgevend kind Gevolgen rang/schaal Betaalde kinderbijslag Verschuldigde kinderbijslag Te betalen Terug te vorderen
Kind geboren in juni 1994 R1 => R1 / 42bis => 50ter 88,51
+45,06
+46,98 = 180,55
88,51
+96,94
+46,98 = 232,43
51,88 _
Kind geboren in juli 1998 R1 => R2 / 50ter => 50ter 88,51
+96,94
+46,98 = 232,43
163,77
+27,93
+46,98 = 238,68
6,25 _
Kind geboren in september 2000 R2 => R1 / 42bis => 42bis 163,77
+27,93
+30,75 = 222,45
88,51
+45,06
+30,75 = 164,32
_ 58,13
Kind geboren in oktober 2004 R2 => R2 / 50ter => 42bis 163,77
+27,93
+30,75 = 222,45
163,77
+27,93
+30,75 = 222,45
_ _
        58,13 58,13

Aangezien mevrouw B de echte bijslagtrekkende voor het in juni 1994 geboren kind geworden is en te weinig kinderbijslag ontvangen heeft voor het in juli 1998 geboren kind, heeft ze recht op een bijpassing van 58,13 EUR. Aangezien de heer A als bijslagtrekkende voor het in september 2000 geboren kind te veel kinderbijslag ontvangen heeft, moet hij daarentegen 58,13 EUR terugbetalen. Aangezien de schijnbare (mevrouw B) en de echte (de heer A) bijslagtrekkende recht hebben op dezelfde kinderbijslag voor het in oktober 2004 geboren kind moet er niet geregulariseerd worden.

Het beginsel van de betaling te goeder trouw aan de schijnbare bijslagtrekkende toepassen betekent niet dat de regularisaties tussen kinderbijslaginstellingen van het werkelijk verschuldigde bedrag niet moeten worden uitgevoerd.

Top