Verjaringstermijn en terugwerkende kracht

Naar aanleiding van de zesde staatshervorming is de kinderbijslag geregionaliseerd...

De toelichtingen in ons thematisch onderdeel zijn sinds 1 januari 2019 niet meer up-to-date.

Wat is verjaring?

Verjaring betreft een manier om een recht te verkrijgen of te verliezen na verloop van een bepaalde tijd.

Hoe ver gaat de terugwerkende kracht bij gewaarborgde gezinsbijslag terug?

  • De maandelijkse gewaarborgde gezinsbijslag wordt toegekend vanaf de maand die één jaar voor de aanvraagdatum valt. Het recht op gewaarborgde gezinsbijslag wordt dus met terugwerkende kracht van één jaar onderzocht (13 maanden om precies te zijn).
    Het recht op gewaarborgde gezinsbijslag verjaart dus na een jaar.

Voorbeeld

Mevrouw X dient op 5 februari 2011 een aanvraag om gewaarborgde gezinsbijslag in voor haar kind.

Er kan eventueel gewaarborgde gezinsbijslag betaald worden vanaf 1 februari 2010.

  • Een aanvraag om kraamgeld moet binnen een jaar na de geboorte van het kind worden ingediend.

Voorbeeld

Mevrouw X is op 15 maart 2010 bevallen.

Het kraamgeld in de regeling voor gewaarborgde gezinsbijslag kan haar eventueel betaald worden, op voorwaarde dat FAMIFED de aanvraag voor 16 maart 2011 ontvangt.

  • De aanvraag om een adoptiepremie moet binnen een jaar na de adoptie van het kind worden ingediend.
De wet tot instelling van de gewaarborgde gezinsbijslag voorziet in het recht op een adoptiepremie. Die kan echter nog altijd niet worden uitbetaald omdat er geen koninklijk uitvoeringsbesluit voor is.

Wat is de verjaringstermijn voor de terugvordering van onverschuldigd betaalde gewaarborgde gezinsbijslag?

Het zijn de dezelfde termijnen als in de regeling voor werknemers.

  • Het onverschuldigd bedrag wordt niet teruggevorderd als de onverschuldigde betaling het gevolg is van een fout van FAMIFED en als de persoon die de gezinsbijslag ten onrechte ontvangen heeft te goeder trouw was op het moment van de uitbetaling.

FAMIFED heeft zich vergist. Het kan gaan om een:

  • juridische fout: FAMIFED heeft geen rekening gehouden met de relevante rechtsregel.
  • feitelijke fout: FAMIFED heeft geen rekening gehouden met relevante feiten.
Er wordt altijd aangenomen dat de debiteur te goeder trouw is.
Dat wordt ter discussie gesteld als bij het onderzoek van het dossier blijkt dat de debiteur wist of redelijkerwijs had moeten weten dat hij onverschuldigde bijslag kreeg toen die betaald werd.
Dit zijn cumulatieve voorwaarden.

Toepassing van art. 17, tweede lid van het Handvest van de Sociaal Verzekerde, op basis waarvan het onverschuldigd bedrag niet teruggevorderd kan worden bij een administratieve fout

Wet van 11 april 1995 tot invoering van het Handvest van de Sociaal Verzekerde

  • 5 jaar als de onverschuldigde betaling het gevolg is van fraude

Er zijn drie soorten situaties waarin de debiteur fraude pleegt:

1. frauduleuze handelingen: positieve handelingen zoals een officieel attest vervalsen of iemands handtekening nabootsen op het einde van een verklaring.
2. gelogen verklaringen: positieve handeling die leidt tot gegevens meedelen waarvan de aangever weet dat ze niet met de waarheid stroken.
3. bewust onvolledige verklaringen: de debiteur deelt bij een daarnaast volledig juiste verklaring iets niet mee en verbergt zo bewust een deel van de waarheid.

Datum waarmee rekening gehouden moet worden
Voor de fraudes die vanaf 1 augustus 2013 vastgesteld zijn, gaat de verjaringstermijn van vijf jaar om terug te vorderen in op de datum waarop de instelling kennis heeft van de fraude van de sociaal verzekerde en niet langer op de datum waarop de betaling werd uitgevoerd.
Kennis hebben van de fraude
Met kennis hebben van de fraude wordt bedoeld dat werd vastgesteld dat het om fraude gaat, niet dat er vermoed wordt dat het om fraude gaat.
  • 3 jaar in alle andere gevallen: fout van de sociaal verzekerde of van een derde in plaats van een fout van de betalingsinstelling.
Het gaat bijvoorbeeld om een onverschuldigd bedrag als gevolg van een dienstfout terwijl de sociaal verzekerde wist (of had moeten weten) dat hij geen recht had op de gewaarborgde gezinsbijslag.

Alle betrokkenen naast de betalingsinstelling en de sociaal verzekerde.

Voorbeelden: OCMW, RVA, gemeentebestuur etc.

Wat is de verjaringstermijn voor de terugvordering van in de plaats van een andere instelling onverschuldigd betaalde gewaarborgde gezinsbijslag?

Als de onbevoegde instelling de gezinsbijslag te goeder trouw in de plaats van de bevoegde instelling betaald heeft, moeten de kinderbijslaginstellingen elkaar niet terugbetalen.

Vaak zijn de bedragen in de regeling voor gewaarborgde gezinsbijslag echter groter dan de door de andere instellingen terugbetaalde bedragen: de debiteur moet dus een kennisgeving van het bruto debet ontvangen als bewarende maatregel om te vermijden dat het netto debet verjaart.

De volledige onverschuldigde betaling.
Het verschil tussen de betaalde bedragen en de door de andere instelling terugbetaalde bedragen.

Kan de verjaringstermijn gestuit worden?

De verjaring wordt gestuit als de onverschuldigde betalingen van de debiteur teruggevorderd worden per aangetekende brief.
Als respectievelijk binnen één, drie of vijf jaar na die eerste kennisgeving opnieuw een aangetekende brief wordt verstuurd, begint de verjaringstermijn ab initio opnieuw te lopen (enz.).

In bepaalde andere situaties wordt de verjaring eveneens gestuit:

  • Als de schuldvordering wordt opgenomen in de minnelijke of gerechtelijke regeling van een schuldbemiddelaar (in het kader van een procedure van collectieve schuldenregeling)
  • Bij sectoriële inhoudingen
Terugvordering op nog verschuldigde kinderbijslag.
  • Bij intersectoriële inhoudingen

Inhoudingen op bepaalde andere sociale uitkeringen dan gezinsbijslag. Het gaat bijvoorbeeld om inhoudingen op:

- pensioenen (buiten IGO)

Inkomensgarantie voor ouderen


- werkloosheidsuitkeringen
- uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid
- invaliditeitsuitkeringen
- vergoedingen bij arbeidsongevallen of beroepsziekten
- uitkeringen bij loopbaanonderbreking

  • Bij vrijwillige terugbetalingen,
  • Bij een erkenning van de schuld door de debiteur, inclusief een stilzwijgende erkenning van de schuld als de maandelijkse inhoudingen niet betwist worden
Top